Ooit woonden we in steden

Een column over de gevolgen van de coronacrisis door Rinske Brand

2020, was dat niet het jaar van de eerste corona-uitbraak in Nederland? Het jaar waarin we voor het eerst hoorden van ‘social distancing’ en de ‘1,5 meter maatschappij’? Was 2020 dan niet ook het jaar van het faillissement van Airbnb, waarmee in één keer de woningnood voor starters werd opgelost en de rolkofferterreur uit de steden verdween? Je zou het bijna vergeten, dat was nog in de tijd dat de stad een enorme aantrekkingskracht had op jong talent, op toeristen, op bedrijven.

Als ik het me goed herinner, was 2020 ook het jaar waarin wereldwijd de loop- en fietsvriendelijke steden definitief doorbraken. We lieten het openbaar vervoer steeds vaker staan en gingen massaal over op fietsen, steps en scooters, al dan niet elektrisch. Om hun inwoners de benodigde ruimte te geven, investeerden lokale overheden ruimhartig in brede fietspaden en trottoirs, vaak ten koste van de bestaande autobanen. Met de doorbraak van virtueel werken was de noodzaak om elke dag op een vast tijdstip naar kantoor te reizen ook overbodig geworden. Onze files en de daarbij horende smog verdwenen als sneeuw voor de zon.

Veel kantoorgebouwen bleven leeg achter en een deel van de kenniswerkers vertrok uit de stad omdat dicht bij het werk wonen niet langer nodig was. Die ruimte vulden we opnieuw in. Het aantal stadsparken en groene openbare ruimte is sinds 2020 verdubbeld en de dieren veroverden weer hun plek in de stad. We zijn de natuur in de stad meer gaan waarderen en gebruiken deze groene plekken intensief voor onze dagelijkse beweging en sociale activiteiten. Op veilige afstand van elkaar, dat spreekt voor zich. Onze waardering voor ambachtelijkheid en kleinschaligheid is de afgelopen jaren toegenomen. Lokale ondernemers, waarvan in 2020 nog een groot aantal gered moest worden door een intensieve samenwerking tussen overheid en vastgoedeigenaren, floreren als nooit tevoren. Het is inmiddels ook bijna niet meer voor te stellen dat grote retailketens naast hun webwinkels ook fysieke vestigingen hadden.

Maar was 2020 niet ook het jaar dat de stad zelf in een compleet ander daglicht kwam te staan? Ooit vonden we wonen in een klein appartement een redelijk offer voor het genot van het drukke en dynamische stadsleven. Nu zien we het als plek met een verhoogd risico. Het is bijna niet meer te bevatten dat we vóór 2020 nog hutjemutje in volle cafés stonden, onwetend van eventueel besmettingsgevaar. Met tienduizenden stonden we in overvolle sportstadions en op festivalterreinen, in een theater of bioscoop zaten we schouder aan schouder naast volstrekt onbekenden. En dat allemaal nog zonder de verplichte app op je telefoon die bewijst dat je gevaccineerd of inmiddels immuun bent voor de laatste virusvariant.

De stad werd een plek waar je met honderdduizenden anderen te weinig ruimte deelt en virussen vrij spel hebben. Dan ben je buiten de stad, in de ruime buitenwijken, toch een stuk veiliger. Was 2020 dan niet ook het jaar waarin de trek uit de stad begon?

Deze column verscheen op Gebiedsontwikkeling.nu.