Een goed begin is het halve werk

De psychologie achter participatie

Participatie – anno 2018 hebben we er de mond vol van. Letterlijk betekent het ‘actief deelnemen’, dat reikt van simpelweg geïnformeerd worden tot daadwerkelijk meebeslissen, ook wel co-creëren genoemd. In de participatiediscussie zijn we allemaal vooral druk met de vorm. Het ene idee nog creatiever dan het vorige, het andere idee nóg groter. Laat ik vooropstellen, vorm is zeker belangrijk. Met mijn achtergrond in psychologie en communicatie wilde ik echter eens stilstaan bij het proces onderliggend aan participatie. Mensen schieten snel in de vorm, maar waarom doen we eigenlijk wat we doen? Hoe krijg je mensen daadwerkelijk in beweging?

Als je het vanuit de psychologie benadert, zou je zeggen dat je mensen pas echt in beweging kunt krijgen als je daadwerkelijk weet wat hen beweegt. Wensen en behoeften verschillen natuurlijk per persoon, maar zeker ook per land, regio en stad. En wie kent zijn eigen stad, dorp of straat beter dan de omwonenden zelf? Begin een participatieproces bij het begin, leer de doelgroep kennen voordat het balletje gaat rollen. In dit blog laat ik zien hoe je participatie vanuit een psychologisch standpunt kunt benaderen en hoe je deze inzichten in de praktijk kunt doorvoeren.

Betrek mensen vanaf het begin
De omgeving beïnvloedt de mens, maar andersom is dat net zo. Als de omgeving zo belangrijk is voor wat je voelt of doet, is het dus eigenlijk logisch dat we mee zouden moeten denken over wat er in deze omgeving gebeurt. Als je mensen vanaf de conceptfase bij een project betrekt, creëer je bewustzijn en betrokkenheid – en een groter draagvlak voor het uiteindelijke resultaat.

Plannen maken voor een plek, buurt of stad doe je idealiter dus niet alleen. Dit vraagt om samenwerking met bewoners, bedrijven en omstaande organisaties. Maar hoe pak je dit aan? Mijn belangrijkste les uit mijn onderzoek is simpel. Informeer en stel vragen, in plaats van meteen met ideeën te komen waar mensen op moeten reageren. Ga de wijk in en praat met bewoners. Door te beginnen bij het begin, goed te luisteren en flexibel te zijn, ben je als gemeente, ontwikkelaar of woningcorporatie veel actiever bezig met participatie. Delfts Doen is hier een mooi voorbeeld van. Gemeente Delft pakt het participatietraject vanaf het begin aan. In september 2016 begonnen zij met de vraag ‘Hoe wil jij als inwoner, ondernemer of organisatie betrokken worden bij ontwikkeling in je leefomgeving?’ Aan de hand van enquêtes (online en offline) bleek dat ruim 80% van de Delftenaren mee zou willen praten over ontwikkelingen in de stad. Op basis van de input zijn 9 ‘spelregels’ gemaakt – waarin de bewoners van Delft als het ware zelf plannen maken voor de stad. Ze worden opgeroepen gesprekken te voeren, hun ideeën te toetsen en resultaten te rapporteren. Met de nodige steun van de gemeente wordt de verantwoordelijkheid voor de stad voor een groot deel bij de burgers neergelegd.

Blijf luisteren
Een goed begin is het halve werk – maar het is belangrijk om ook verder in het participatietraject te blijven luisteren. Een interessant voorbeeld hiervan is Fietsfan010. De gemeente kwam met de vraag om fietsverbruik in Rotterdam te vergroten. Zo werd het online platform Fietsfan010 ontwikkeld, waarbij mensen kunnen meedenken over Rotterdam als fietsstad. In eerste instantie voornamelijk actief op Facebook, werd het na verloop van tijd duidelijk dat er behoefte was aan meer kanalen. Zo werden Instagram en Twitter ook actief ingezet. Door te blijven luisteren, kan je blijven groeien en verbeteren – zo geeft Fietsfan010 de gemeente Rotterdam al jarenlang waardevolle input voor hun beleid.

Maak hun belang duidelijk
Naast luisteren en vragen stellen, is het cruciaal om men het belang van participatie – en hun participatie – te laten inzien. Op de reguliere inspraakavonden is het vaak het handjevol ‘usual suspects’ dat komt opdagen, maar projecten hebben doorgaans natuurlijk betrekking op veel meer mensen. Sommige mensen willen gewoonweg niet meedoen, maar er is ook een grote groep die wel zou willen participeren. Deze groep weet ofwel niet hoe, worden niet voldoende bereikt in de communicatie over de inspraakprocedure of denken van geen toegevoegde waarde te zijn. Maar iedereen levert zijn eigen expertise en inzichten wat betreft hun leefomgeving. De eigenaar van de supermarkt op de hoek van de straat, de VvE-voorzitter, de bewoners, of de medewerker van de woningcorporatie. Zorg dan ook dat ze dit weten, dat ze zich gehoord voelen. Communiceer transparant en laat ze weten wat er met hun input gebeurt. Je kunt mensen niet vragen om hun mening om er vervolgens niks mee te doen.

Er is geen handleiding
Een participatietraject wordt gestart met een bepaald einddoel voor ogen. Dit is ook belangrijk, want dit zorgt er over het algemeen voor dat alle neuzen een kant op wijzen. Hoe je daar komt, verschilt echter van project tot project. Er is  een handleiding, of stappenplan als het gaat om het volgen van een inspraaktraject. Durf dat ook los te laten. Meedenken en meedoen valt niet te voorspellen en het loopt altijd nét anders dan je had gepland.

 

Kortom, durf – als je mensen wilt gaan betrekken – niet meteen in de vorm te denken: een ideeën festival, online community, buurtsafari of toch die informatieavond. Begin met een wit vel papier en ga uitzoeken hoe je de mensen die je wilt betrekken in beweging krijgt, juist in die specifieke situatie in die buurt. Luister goed naar hen en gebruik de online en offline tools die voor hen praktisch en prettig zijn. Dat kunnen minder sexy kanalen zijn dan je had gehoopt, maar verhogen de kans op een succesvol participatietraject enorm. En dat leidt weer tot een meer inclusieve gebouw- of gebiedsontwikkeling – en uiteindelijk grotere waarde voor de lokale community!

 

________________________________________________________________________________

Malou Bromberg is junior PR- en communicatieadviseur bij BRAND The Urban Agency. Dit artikel is op basis van literatuuronderzoek en interviews met Sander van der Ham, Christina Blijenberg en Rinske Brand tot stand gekomen. Met dank aan Rozemarijn Stam. Je kan contact opnemen via: malou@brandurbanagency.com

 

Bronnen

Fotograaf: Ton Goverts (DÂK)

Blijenberg, C. (2018, 27 juni). De ‘unusual suspects’: hoe bereik en betrek je ze? Van https://www.overheidincontact.nl/de-unusual-suspects-hoe-bereik-en-betrek-je-ze/

Decorte, S. (2018, 24 april). Hoe de stad ons ongemerkt beïnvloedt. Geraadpleegd van https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/domweg-gelukkig-op-het-piazza-navona/

Swaab, D. (2016). Wij zijn ons brein. Rotterdam, Nederland: Olympus.

Van Raalte, J. (2018, 8 maart). De burger mag meebeslissen in de gemeente en krijgt zelf de kas in handen. Geraadpleegd van https://www.volkskrant.nl/politiek/de-burger-mag-meebeslissen-in-de-gemeente-en-krijgt-zelf-de-kas-in-handen~a4578622/

Interview met Sander van der Ham

Website: Delfts Doen