‘Urban activism’ in Sofia: hoe alles mogelijk lijkt, als de wil er maar is

Hoe alles mogelijk lijkt, als de wil er maar is

Sofia is geen stad waar je op slag verliefd op wordt. Op het eerste gezicht voelt de stad een tikje afstandelijk. Overal in de stad herinneren gebouwen, pleinen en wegen aan de communistische tijd, die begon in 1946 en eindigde in 1990. Nadat Sofia in de Tweede Wereldoorlog zware schade leed, werd de stad – ten tijde van ‘Volksrepubliek Bulgarije’ – in communistische stijl herbouwd en uitgebreid. Dit verleden levert weliswaar geen top-5 toeristische hotspot op, maar wel een uiterst interessante plek voor inspiratie en stedelijke energie. Want achter die betonnen façade gaat een stad in opkomst schuil. Het centrum is de laatste jaren opnieuw tot leven gewekt en wie wat verder kijkt, vindt er kosmopolitische straatcafés, geweldig (vegetarisch) eten en inwoners die het heft in eigen hand nemen en hun Sofia van de toekomst vormgeven. Precies dàt was wat ons aantrok. We wilden de mensen leren kennen die deze stad maken.

Gwenda, Rinske, Hristo en Antonina.

Op internet dateren de eerste artikelen over een nieuwe generatie stadmakers in Sofia uit 2011. In deze artikelen wordt geconstateerd dat pas sinds vlak daarvoor mensen in Sofia begonnen te begrijpen dat de openbare ruimte van hen is. Het communistische gedachtengoed en de beperkte rol van het individu is nog lang blijven hangen. Anno 2017 is er wel degelijk sprake van een beweging van nieuwe stadmakers, al is de omvang beperkt. Ze passen nog bijna aan één tafel. Wij ontmoeten onder meer Hristo en Antonina, de mensen achter Don’t DIY Studio, maar ook Ljubo, architect en voormalig directeur van One Architecture Week en Adriyana managing director Ogilvy. Tenslotte schuift ook de relatief nieuwe Chief Planner van de gemeente aan. Ze zetten zich allemaal actief in voor een betere stad. Velen noemen zich ‘citymaker’ of liever nog ‘urban activist’, tegelijkertijd geven ze daarbij meteen aan dat aan die term een negatieve lading hangt. Hun werk werpt zijn vruchten af, al gaat het – niet onverwachts – traag. Het resultaat wordt wel degelijk zichtbaar. Zo ontstaan in de stad overal kleine tuintjes op braakliggende stukken grond en kiezen mensen ervoor hun eigen stoep en straat aan te pakken.

Placemaking in een spontaan afgesloten straat tijdens het White Rabbit Festival.

Dat wordt af en toe ook wel iets activistischer aangepakt. Neem bijvoorbeeld de undergroundbeweging ‘Destructive Creation’. Onder het motto ‘You should have done it yourself’ voegen zij – ongevraagd en illegaal – elementen toe aan de openbare ruimte. Boekenplanken of bankjes aan een park bijvoorbeeld, al dan niet aangevuld met een politieke boodschap.

Bij grotere en formele veranderingen is echter de steun van de overheid nodig en juist daar wringt nu de schoen. ‘De mensen zijn er dan misschien wel klaar voor, maar we zitten vast in ouderwetse structuren en regels.’, aldus Hristo. De bureaucratie van Bulgarije blijft traag en de vele regels en wetten zorgen dat veel goede intenties vaak niet veel verder komen dan alleen dat. Of dat alleen komt door de overheid, is de vraag. Ook Bulgaren wijken zelf niet graag af van hun tradities en gewoonten. Het heft in eigen hand nemen hoort niet tot de gebruiken.

Sofia blijkt een enorm groene stad met veel bomen, grasveldjes, parken en zelfs stadse bossen. Sofia heeft, bij monde van de burgemeester, anno 2017 de ambitie een ‘Green Capital’ te zijn en hier wordt zowel door de overheid als door NGO’s hard aan gewerkt. Veel van deze openbare ruimte wordt goed gebruikt, al kent de stad amper hardlopers en is het aantal fietsers op één hand te tellen. De stad telt momenteel ook maar enkele tientallen kilometers fietspad en deze zijn niet met elkaar verbonden. De meeste paden zijn te vinden in en rondom de parken, voor letterlijk ‘een rondje om het park’. De organisatie Velo Evolution probeert meer mensen op de fiets te krijgen en stelde hiervoor onder meer ‘spelregels’ voor fietsen op. Maar de Bulgaarse automobilist heeft deze spelregels nog niet ontdekt. Fietsen doe je in Sofia volledig op eigen risico.

Familie-activiteiten in het park.

De auto is dan ook het vervoersmiddel bij uitstek. Al is het alleen om de enorme afstanden te overbruggen. Sofia is een uitgestrekte stad met vele – in onze Westerse ogen – troosteloze buitenwijken die toch niet zó ellendig aanvoelen. Het district Lyulin bijvoorbeeld, aan het westen van de stad, huisvest maar liefst 240.000 mensen. Deze buitenwijken werden gebouwd in de jaren ’70 en voldoen precies aan onze verwachtingen van Sovjet architectuur. Tot aan de horizon repeterende complexen in vaal grijs, beige en okergeel. De horizontale wolkenkrabbers zoals ze ook wel worden genoemd. Anders dan wij in eerste instantie verwachtten, is het een geliefde woonplek; relatief goedkoop en goed bereikbaar met openbaar vervoer. En met de opkomst van de winkelcentra hebben de inwoners eigenlijk geen enkele reden meer om hun wijk uit te komen. Wat dan ook vaak niet meer gebeurt, aldus Petyo. Hij groeide op in Lyulin en deed wat veel jonge talentvolle Bulgaren doen: hij verkoos voor zijn studie het westen boven de universiteit in zijn eigen stad. Inmiddels woont hij al 7 jaar in Nederland, waarvan de laatste jaren in Rotterdam. Zijn stadsgenoot Philip startte zijn carrière in Londen en werkt al jaren voor de grotere consultancy firms. ‘In beween jobs’ overweegt hij nu wel terug te verhuizen naar Sofia. Want geld verdienen en carrière maken, doe je weliswaar in het westen, het is geen eindstation. Het weer in Londen gaat hem tegenstaan, maar belangrijker nog, Londen is geen stad om een gezin te stichten. Dat doet Philip liever op zijn geboortegrond. Zijn vriend Nikolay verruilde al eerder Londen terug voor Sofia. Zijn baan in de IT leverde in de UK een heel mooi salaris op, maar dat kan hij inmiddels ook in Bulgarije verdienen. ‘We lopen hier een flink stuk achter en IT-kennis en talent is dun gezaaid, dus ik kan hier heel veel betekenen.’

De van oorsprong Griekse Nikos onderneemt juist graag in Sofia. Studie bracht hem van noordelijk Griekenland naar Sofia, waar hij al tijdens zijn studie in de kleding belandde. Die business bleek zeer succesvol, maar toch vond Nikos nog tijd om daarnaast met een aantal vrienden een nieuw horeca-concept op te zetten. Zijn nieuwe zaak heet Jasmin en is een ‘urban gastro bar’, weggestopt in een hofje, weg van de drukke uitgaansboulevard. Jasmin staat voor een brede selectie aan Italiaanse wijnen en bijzondere destillaten. Boven blijkt bovendien een speak-easy waardige bar te zijn verstopt die in Londen of New York niet zou misstaan.

Advies over Italiaanse wijnen bij Jasmin.

Business lijkt booming in Sofia, maar hier hebben overheid en bedrijfsleven hun draai samen nog niet helemaal gevonden. De urban activists constateren dat er wel degelijk bedrijven zijn die willen investeren in de stad, maar de manier waarop overheid en het bedrijfsleven dit met elkaar moeten gaan realiseren, is nog niet uitgevonden. Te meer omdat de ontwikkeling van de stad nog niet vanuit één gedeelde visie gebeurt. Maar laat Sofia daar nu net mee bezig zijn: ‘Sofia 2050’. De overheid heeft hierbij de nadrukkelijke ambitie om de inwoners op een constructieve wijze te betrekken. En de Sofianen? Die willen wel. Zij zien hun toekomst optimistisch tegemoet. En wij ook.

Rinske Brand
25 april 2017