AkzoNobel maakt met Human Cities-initiatieven steden een stukje mooier

Deze blog verscheen ook op Adformatie.

Verf- en chemieconcern zet Rotterdamse scholen opnieuw in de verf.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen zit verweven in het dna van AkzoNobel en steden hebben hierin een bijzondere plek. Het internationale verf- en chemieconcern zette zijn stedelijke betrokkenheid in 2010 stevig op de kaart met het verven van sloppenwijken in Rio de Janeiro en São Paulo. Met ‘Couleur Carolo’ waar Charleroi, de ‘lelijkste stad ter wereld’, een kleurig tintje kreeg verstevigde AkzoNobel een jaar later het imago van ‘stads-verbeteraar’.

Rotterdam weerbaarder maken

En nu is Nederland aan de beurt. Vier basisscholen in de Rotterdamse volkswijk Bospolder/Tussendijken hebben inmiddels een verfbeurt gekregen. Daarnaast zijn er plannen om – in overleg met bewoners – het nabijgelegen Park 1943 op te knappen, inclusief de renovatie van de muziekkapel. AkzoNobel schaart deze projecten onder zijn ‘Human Cities’-initiatief. Maar waarom Rotterdam?

Annemieke Kievit, AkzoNobel’s Director of Public Affairs & Policy verantwoordelijk voor het Human Cities-initiatief, legt uit: ‘AkzoNobel is al vele decennia in (het havengebied van) Rotterdam actief. Wij voelen ons met deze stad verbonden en met dit project dragen we actief bij aan het veerkrachtiger maken van de stad.’

Human Cities

‘Human Cities’, de verzamelnaam van alle projecten die AkzoNobel ontplooit in steden, geeft duidelijk weer waar het AkzoNobel om gaat: het menselijk houden van steden. Dat het daarnaast goed is voor publiciteit en imago wuift Kievit zeker niet weg. Maar deze projecten brengen nog veel meer. Zo zijn bijna altijd medewerkers van AkzoNobel betrokken, wat leidt tot trots en betrokkenheid. Ook zorgt een aantal van de Human Cities-initiatieven voor innovatie en leveren ze soms ook op termijn nieuwe partnerships en (betaalde) projecten op. Maar bij elk project profiteert de stad het meest.

Wijze lessen

AkzoNobel wil de Human Cities-projecten deelbaar en schaalbaar maken. Elk project brengt wijze lessen met zich mee. Over geduld bijvoorbeeld. Kievit: ‘Bottom-up werken kost echt tijd; tijd om goed te luisteren en om het werkelijk samen te doen met bewoners en andere betrokkenen.’ Daarbij loopt het tempo in gemeentelijke besluitvorming vaak niet in de pas met de snelheid bij bedrijven.

Ook kan het gebeuren dat op hoog niveau een stadbestuur mee is, maar dat op een lager niveau deuren dicht blijven. Volgens Kievit hoort dit bij de aard van de projecten. ‘Het is een nog onbekende weg die we samen zijn ingeslagen. Dat vergt meer dan normaal. Maar waar een wil is, is altijd wel een weg’.

Merken en steden werken steeds vaker samen aan het oplossen van stedelijke vraagstukken. Deze trend noemen we ‘brand urbanism’. Elke maand selecteren Rinske Brand van BRAND ‐ The Urban Agency en Joop de Boer van Pop‐Up City het beste voorbeeld van brand urbanism.