Cultureel Ondernemerschap - 1

Shakespeare en Rembrandt waren naast geniale kunstenaars ook heel slimme zakenmannen

Door de eeuwen heen heeft cultuur het prima gedaan zonder subsidie. Sterker nog, veel culturele organisaties zouden nu niet bestaan zonder de mecenassen van vroeger. Nu voortdurend wordt geroepen ‘dat cultuur zijn eigen broek moet ophouden’ is cultureel ondernemerschap bon ton. Gelukkig zien we steeds meer mooie projecten en inspirerende voorbeelden op dit gebied.

Voor de gesubsidieerde sector, maar ook voor ondernemers werkzaam in de culturele sector zoals wij, is het onderwerp niet nieuw, maar wel urgent en actueel. Goed om de belangrijkste kansen en mogelijkheden nog eens onder de loep te nemen.

Cultureel ondernemen = vanuit een artistiek product met alle beschikbare middelen (betalend) publiek aanspreken en een gezond bedrijf runnen.

Uit deze definitie spreekt, naast een scherpe focus en een goede bedrijfsvoering, een onafhankelijker houding ten opzichte van de subsidiegever(s). Dit brengt veel voordelen met zich mee. Subsidies zijn tijdelijk en de verstrekkers vaak grillig in hun voorwaarden. Dit maakt een organisatie kwetsbaar en afhankelijk. Bovendien zijn het vaak projectsubsidies waardoor er geen financiële ruimte overblijft om te investeren in de organisatie. Zelf je koers bepalen en inspelen op kansen wordt dan heel lastig.

Als ondernemer kan je deze ruimte creëren door gezonde relaties op te bouwen met klanten en financiers. Cultureel ondernemerschap vraagt om een stevige eigen visie, een flinke dosis nieuwsgierigheid en het lef om risico’s te nemen.

De sleutel tot succes hierbij is innovatie; een andere organisatievorm, nieuwe financieringsmodellen, relevante samenwerkingen, slimme marketing- en communicatie en nieuwe producten en diensten.

Een mooi voorbeeld van cultureel ondernemerschap is Conny Janssen Danst. Door efficiënt te produceren, veel te spelen, bestaande producties opnieuw te creëren in andere circuits en het realiseren van eigen inkomsten wordt de subsidieafhankelijkheid van dit moderne dansgezelschap steeds kleiner.

Nieuwe verdienmodellen

Grofweg kent een culturele organisatie drie inkomstenbronnen:
1. Eigen inkomsten (kaartverkoop, verkoop diensten, horeca, verhuur etc.)
2. Overheidsgeld (subsidie)
3. Externe inkomsten (fondsen, mecenaat, crowdfunding)

Met het afnemen of verdwijnen van overheidssubsidies zullen andere inkomsten verhoogd moeten worden wil een organisatie op hetzelfde niveau blijven functioneren. Misschien wel de belangrijkste investering die je hiervoor als culturele organisatie moet maken, is het onderhouden en uitbreiden van je netwerk. Ambassadeurs en stakeholders vormen een groot kapitaal. Zij investeren vanuit hun betrokkenheid vrijwel belangeloos in jouw organisatie. Het mecenaat maakt zijn rentree, crowdfunding is populair, maar ook vriendenverenigingen en zakelijke kringen zijn om die reden zeer waardevol. Sponsoring en samenwerking sluiten de rij. Maar het bedrijfsleven staat niet te springen om de plaats van de overheid in te nemen.

De traditionele sponsoring blijkt steeds vaker achterhaald en onvoldoende aantrekkelijk voor ondernemingen. Moderne sponsoring vraag om creativiteit. Het zoeken naar mogelijkheden om elkaar te versterken, leren van elkaars kennis en het gebruik maken van elkaars mogelijkheden en netwerken. Alleen dan creëer je toegevoegde waarde.

Wat werkt en wat niet werkt is uiteraard verschillend per organisatie. Het begint met het aanbrengen van focus en keuzes durven maken. In ons volgende blog borduren we voort op dit onderwerp en bieden we onder andere een handige checklist als steuntje in de rug.

Rinske Brand